Verleden tijd

Op deze pagina worden kleine wetenswaardigheden / gebruiken van het verleden verteld. Sommige dingen zijn me verteld door mijn grootouders, en oude dorpsgenoten, weer andere weetjes heb ik op internet opgezocht. Het vroegere leven en de gebruiken van de mensen toen, boeit me erg!! Vandaar deze “verleden” tijd weetjes pagina…
Als u nog leuke “weetjes”weet weet ik ze heel erg graag!

Wist u dat……..

De oude onderbroeken, zonder kruis diende ervoor dat de vrouwen snel en gemakkelijk konden plassen!!
Visvrouwen of de vrouwen die naar de botermarkt gingen, konden gemakkelijk boven een put gaan staan…. niemand die iets zag met die wijde rokken. Ook door de vrouwen die op het land werkten werden ze gebruikt.

Een oude onderbroek zonder kruis uit 1860 – 1940 kan verschillende benamingen  hebben:
zonder hemel, zonder zolder, zonder kruis of snelplasser.

Weetje van Leny:
Voor de onderbroeken zonder kruis hebben we in Breda nog andere
benamingen:“een open rijtuig” en een “gauwzeiker”.
Bedankt leny voor de leuke onderbroek benamingen!

Weetje van Anja:
Mijn moeder komt uit Dinteloord, west Brabant., en daar werden de onderbroeken zonder kruis`oliepijpjes` genoemd.
Bedankt Anja voor dit leuke `kruis` berichtje!

Een leuke herinnering van Leni:
Bij ons kwam er altijd een heer op bezoek. Als hij naar huis ging zei hij tegen mijn ouders:”Ik ga maar naar huis achter de schuine gordijntjes. Dan werd er steevast gegniffeld en prompt daarop vroeg ik waarom lachen jullie zo? O,niks werd er dan lachend gezegd. Nu snap ik het en dit geeft nog een andere kijk op deze onderbroek.        Groetjes, Leni.
Bedankt Leni!

*De moeder van Tonny is 87 jaar en kon zich dit erg leuke versje nog herinneren, dit mede doordat je vroeger ook Zaterdags moest werken!!!
Donderdag O schone donderdag.
Mooiste dag der dagen,
S` morgens nog een halve week ’s avonds nog twee dagen.
Bedankt Tonny.

*Een vroeger gezegde van ons lieve buurvrouwtje Leentje,(91jaar) (Inmiddels overleden)wanneer je vroeger een gebreide onderbroek droeg.
Het staat geschreven en gedrukt je mag krabbellen waar het jukt!!!
*Een leuke vraag van  Grietje……..
Dag beste mensen. Ik ken ook die onderbroeken met een open kruis. Bij ons waren ze van gestreepte stof gemaakt. Ik vraag me af hoe de vrouwen dit deden wanneer ze hun maandelijkse periode hadden. Ik heb dit al aan verschillende mensen gevraagd maar niemand weet het eigenlijk. Groeten van Grietje.Afbeelding

Lang geleden:

Bijna de hele geschiedenis bestond er een groot taboe over menstruatie over de hele wereld. Bloed werd in verband gebracht met geboorte en dood. En menstruatie paste hierin niet. Niemand wist waar het vandaan kwam en waarom het bloeden niet stopte na enkele minuten, zoals bij wondjes. En dus werden de vrouwen tijdens hun menstruatie opgesloten in afgelegen hutjes, zodat er verder niemand in aanraking zou komen met deze ‘kwade krachten’. In sommige culturen wordt er nog steeds zo over gedacht. Overigens zag in die tijd niemand het maandelijks terugkerende ritme van de menstruatie. Vaak waren vrouwen vanaf hun pubertijd constant zwanger of gaven borstvoeding tot aan de overgang. Van de Duitsers wordt gezegd dat ze rond 1800 tijdens de menstruatie geen onderbroek droegen onder hun rok, waardoor ze een rood spoor achterlieten.

*******************************************************************************************************************

Vrijen, verloven en trouwen.

Op bals en kermissen ontmoetten men vaak de huwelijkspartners. Mensen zochten bij voorkeur binnen de eigen stand en in de buurt.
In de rijkere families kenden men ook wel de verstandshuwelijken, waarbij het belangrijk was om het bezit te houden,
of juist een vermeerdering van bezit, van de families. Men gaf elkaar kleine geschenken, zoals een speculaaspop met sinterklaas. Als een meisje de benen van de “speculaasvrijer” afbrak, was dat een teken dat zij hem afwees.
Rijke geliefden gaven elkaar luxe geschenken, zoals sierkammen, haarspelden en snuifdozen. Het huwelijk was dan ook erg belangrijk!! Bij de kerk strooide men wel rijst over de bruid en bruidegom als symbool voor vruchtbaarheid. Ondanks het taboe sexualiteit was het volgens de katholieke kerk toch een zegen om veel kinderen te hebben. De bruid werd door de bruidegom over de drempel van hun woning gedragen, en heel vroeger werd ze rond de haal (haak voor ketels boven het vuur) geleid. Door haar in de schouw te laten kijken, werd ze voorgesteld aan de huisgeesten.

Vroegere betekenissen (symbolen)van het huwelijk:

Rijst strooien:De bruidskinderen strooien rijst naar het bruidspaar tijdens het verlaten van de kerk met de bedoeling een gelukkige toekomst met veel kinderen toe te wensen.

Over de drempel dragen:Vroeger dachten de mensen dat er boze geesten onder de drempel van het huis woonden. Als de bruidegom de bruid over de drempel droeg, konden de geesten op deze manier de voetsporen van de bruid niet volgen en dus geen kwaad aanrichten.

Witte bruidsjurk:De kleur wit is / was een kleur van maagdelijkheid.

Bruidssluier:Het is bijna niet voor te stellen, maar door het oplichten van de sluier door de bruidegom, geeft de bruid haar ondergeschiktheid aan.

Klinken of proosten op bruidsfeest:Door het geluid van het klinkende glazen zouden de aanwezige boze geesten bang worden en op de vlucht slaan.

De benamingen van het aantal getrouwde jaren!

1 jaar katoenen bruiloft             25 jaar zilveren bruiloft
2 jaar papieren bruiloft             30 jaar parelen bruiloft
3 jaar leren bruiloft                    40 jaar smaragden bruiloft
5 jaar houten bruiloft                 45 jaar vermiljoenenbruiloft
6 1/4 blikken bruiloft                  50 jaar gouden bruiloft
7 jaar wollen bruiloft                 60 jaar diamanten bruiloft
10 jaar tinnen bruiloft               65 jaar briljanten bruiloft
12 jaar zijden bruiloft                70 jaar platina bruiloft
12 1/2 jaar koperen bruiloft     75 jaar radium bruiloft
15 jaar porseleinen bruiloft     80 jaar eiken bruiloft
20 jaar kristallen bruiloft

De geboorte

Vroeger werd er in veel wel elk jaar een baby geboren, “de ooievaar” kwam dan weer langs!! Een gezin met 13 à 14 kinderen was geen uitzondering. Voorbehoedsmiddelen kwamen bijna niet voor, en mochten meestal in de Katholieke gezinnen niet gebruikt worden. Er werd zelfs aangemoedigd om zo veel mogelijk kinderen te krijgen. 
Regelmatig waren er dan ook kraamvisites in de buurt!!

Zodra de moeder ging bevallen, kwam meteen de “baakster” bij de kraamvrouw, aangezien er nog geen kraamhulp bestond!!
De baakster was altijd een naaste buurvrouw. Zij hielp de kraamvrouw tijdens de geboorte, en nam de verzorging van moeder en kind op zich.
De volgende dag ging de vader met de naaste buren naar het gemeentehuis,om zijn kind in te laten schrijven. Als je katholiek was, kreeg je kindje tijdens de doop haar/zijn naam. Meestal werd het naar èèn van de grootouders genoemd, of kreeg de naam van de Peter of Meter.

De 5 populairste namen uit 1940:

  Jongensnamen                       Meisjesnamen
 1.Johannes                               Maria
 2.Jan                                         Johanna 
 3.Cornelis                                 Anna
 4.Hendrik                                 Cornelia
 5.Willem                                   Wilhelmina
Dopen.

In de Katholieke gezinnen werd het kindje al naar enkele dagen gedoopt. Een datum werd zo snel mogelijk na de geboorte geregeld. Dopen was erg belangrijk, de baby werd dan vrijgemaakt van de zonden!

Meestal werd een broer of zus van vader of moeder gevraagd om Peter of Meter te zijn, hun namen werden dan vernoemd in de doopnamen van het kind. De peettante kleedde de baby aan, met een wit doopkleedje, met/zonder mutsje. Gezamelijk gingen ze dan naar de kerk om de baby te laten dopen door de pastoor, (zonder de moeder want zij lag nog in het kraambed).

Een baby, die doodgeboren of enkele dagen na de geboorte stierf, en niet gedoopt was, kwam niet in de “hemel”.
De baby mocht ook niet begraven worden tussen de gedoopten.
Hiervoor was een ander stukje grond gereserveerd!!!!
Veel dingen van vroeger waren mooier maar zeker NIET beter!!!!

Dingen van het “leven”.

Sacrament van het h. oliesel: 

Dit sacrament geeft de zieke de kracht om te sterven, om zuiver en vrij van zonden naar de hemel te kunnen gaan.
Na het sterven werd de dode afgelegd en opgebaard, gekleed in zijn mooiste hemd, zijn zondags pak of huwelijkskledij. Mensen waakte bij de dode en baden voor zijn zielerust. De lijkgeur werd verdreven door wierook of versgemalen koffie onder het bed te zetten. De klok werd stilgezet, de spiegel werd omgekeerd of afgedekt, luiken of gordijnen werden gesloten! Zette men vroeger een bak met water of water met melk onder het bed, zodat de ziel zich zou kunnen wassen, nu doet men dit met toevoeging vanazijn en carbol tegen de lijklucht. Ook het open zetten van het raam om de ziel te laten vertrekken, heeft nu vooral een hygienisch doel.Zwarte rouwkledij voor de duur van de rouwperiode. De begrafenisplechtigheid was in de kerk en daar op volgde de “koffietafel”. Daarna was het afscheid nemen van de overledene.Bij de begrafenis was het duidelijk te zien wat voor stand de mensen hadden! Er bestonden verschillende klassen voor de kerkelijke uitvaart, wat je vaak ook zag in de uitvoering van de grafzerken op het kerkhof.

Hèèl vroeger gebeurde het nog anders:

De vrouwen zorgden voor het afleggen, het wassen en het verkleden van het lijk. De dode kreeg een zgn. “doodskleed” aan. Dit “doodshemd”/kleed” was het eerste stuk dat een bruid voor haar uitzet kreeg. Zoals vroeger wordt het lijkkleed met zwart afgezet en versierd (algemeen in Noord Brabant); ongehuwden en kinderen krijgen vaak een blauwe versiering. Het lijkkleed is een los geplooid wit hemd, dat van achteren niet aangesloten is.Alleen de voornaam werd er met zwarte kruisteekjes op geborduurd, want de familie zou uitsterven als de familienaam mee zou worden begraven…Het hemd mag niet te lang zijn, opdat men bij het tegemoet gaan van Christus er niet over zal struikelen. Is er op zondag aan genaaid, dan zou de overledene niet kunnen rusten… Bij het naaien mochten geen knopen worden gelegd en de naald moest aangestokenblijven. Van knopen dacht men: dat ze verhinderden, dat de ziel het lichaam niet kon verlaten. De betreffende naald werd onderin het kleed gestoken of in het vuur geworpen.

 *Reactie Jenny: het doodskleed heette wee of wade, ik was verpleegkundige en heb een paar keer een “wee” moeten aandoen bij een overledene. Erg bedankt voor deze interessante informatie, bedankt!!!

Het woord “scapulier” betekend: schouderkleed, het is een heilig kleed van Maria.

Het kledingstuk dat bestaat uit een lange strook stof die aan voor- en achterzijde tot aan de grond afhangt en gedragen wordt door kloosterlingen.

Maar omdat niet iedereen zo`n groot kleed om de schouders kan gaan dragen, werd er een heel gemakkelijk en klein schouderkleed gemaakt:
het scapulier.

Het scapuliertje bestaat uit bandjes en lapjes.
Dan werd het gewijd, en moest
je dat dragen, zodat Maria je bijzonder zou beschermen!Ik heb mijn scapuliertje gekregen van Oma knotje, die het gelukkig goed heeft bewaard!! Bedankt hoor!!

Scapuliertje of te wel devotiemedaille, die op de onderkleding gespeld werd, en zo gedragen werd. De scapuliermedaille verving het scapuliertje.

*******************************************************************************

 De wasserij (voor de rijkere mensen)

Aan de kleding kon je zien of iemand arm of rijk was. Arme kinderen moesten de afgedragen kleren van hun oudere zus of broer dragen. De meisjes leerden hoe ze kleren konden verstellen. Het was heel gewoon om kleren te dragen waar stukken op genaaid waren.

Ook rijke mensen droegen verstelde kleding, maar alleen tijdens het werk. Op Zondag kon je precies zien wie er arm of rijk was!!

Het schoonmaken van kleren en beddengoed was een hele klus. Alleen de rijke mensen hadden geld genoeg om hun was naar een wasserij te brengen. Het werd èèn keer in drie maanden of per half jaar opgehaald!

Weken en stampen.

De was werd opgehaald in grote rieten manden, en zo kwam het bij de wasserij aan. De was van een klant werd in een net bij elkaar gehouden, voor het geval er iets kwijt zou worden. Ook werd er thuis gezorgd, dat elk stukje was werd voorzien van een monogram.
Eerst werd de was in grote kuipen met schoon water geweekt. Daarna werd het gestampt, dit door middel van een paard die rondjes liep, en bracht zo een groot rad en de stampers aan het bewegen. Dit heet de rosmalen (ros=paard).

Bleken op het bleekveld.

Na de wasbeurt werd het wasgoed uit de kuipen gehaald, en de wasvrouwen keken of er nog vuile vlekken op de was zat. Ze boenden de vlekken met borstels weg. Nadat de washad gekookt sjouwden de wasvrouwen de was naar de bleekvelden, en werd daar op hetgras uitgespreid. Om de was goed te bleken werd er af en toe wat water op de was gesprenkeld. De zon en het water zorgden ervoor dat de was mooi wit werd!

Spoelen.

Als het wasgoed van de bleek kwam, ging het naar de spoelbak.
Het water voor de spoelbak kwam uit de sloot. De spoelsters zaten op hun knieën in een bakje met stro. Met houten harken haalden ze het wasgoed naar zich toe.
In de winter was het spoelwater ijskoud, dan hadden de vrouwen een bakje warm water langs zich staan, zo konden ze hun handen regelmatig opwarmen!

Strijken en ‘kastklaar’ maken.

Als de was helemaal schoon was, persten de mannen het water eruit. Als de klant het wasgoed kastklaar wilde hebben, werd de was in de strijkzaal gestreken en gevouwen. Met een meetlatje werd precies gemeten hoe de was moest worden gevouwen om in de kast te passen.

Maandag waschdag, (de armere gezinnen).

De mensen die geen geld hadden om hun was naar de wasserij te brengen was het wassen van kleding en ander textiel een zware klus die dagen in beslag nam.
Het 
was gebruikelijk om op zondag een koperen ketel met wasgoed op een houtvuurtje te zetten om het te laten weken. Maandag was vervolgens de dag waarop het wasgoed gewassen werd.

In een houten tobbe met wasbord werd een sopje gemaakt. Er was nog geen waspoeder, maar wel blokken zeep. De zeep werd geraspt of in een speciaal mandje gedaan dat in het water werd gelegd. Met een zeepklopper werd de zeep gemengd met het water. Het wasgoed werd krachtig langs het wasbord bewogen om het vuil te verwijderen. Daarna moest het een paar keer goed uitgespoeld worden om alle zeep- en vuilresten te verwijderen.

Omdat bijvoorbeeld linnen en katoen vaak na verloop van tijd geel te word, werd de was vervolgens uitgespreid op een grasveld en door de zon gebleekt. Dan werd er zoveel mogelijk water uit gehaald door het te wringen en uit te slaan. De was werd te drogen gehangen en vervolgens bewerkt met een mangel of strijkbout om de kreukels eruit te halen. Op woensdag lag het schone goed dan eindelijk netjes in de kast.

De handen van de huisvrouwen werden er ruw van en hun ruggen krom, en de kledingstukken die ook nog na iedere wasbeurt grauwer werden, vanwege (hardnekkige) vlekken. Met een kortere levensduur van textiel, zodat er meer versteld moest worden.

“In de kost”

Het personeel uit de wasserij woonde bij de familie in. Ze waren “in de kost”, ook al woonden sommige vlakbij.
Ze kregen onderdak en eten, maar hun loon was lager dan dat van de andere arbeiders.
Werken in de wasserij was erg zwaar en ongezond. De spoelster zat de hele dag op haar knieën met haar handen in het ijskoud water. De strijkster stond urenlang voorovergebogen te strijken. In de was – en spoelruimte was het nat en tochtig. Gelukkig mochten kinderen onder de 16 toen al niet meer werken in de wasserij!!
Gelukkig kwamen later deze “wasmachines”.

Weinig vrije tijd:

Het personeel maakte lange dagen en hadden weinig vrije tijd. Dat was voor die tijd ook heel gewoon!!!
Wel hadden ze een uitgaansavond, een kermismiddag en een schaatsmiddag.

waslijn.gif

 

 

Het wonen….

Boeren hadden niet allemaal hetzelfde huis. Het hing er vanaf hoeveel geld ze hadden en in welk gedeelte van Nederland ze woonden. Wie op zandgrond woonde (bijvoorbeeld in het zuiden van het land), woonde op onvruchtbare grond. Daar groeide maar weinig op. Dan hield de boer ook weinig over om te verkopen in de stad. Zijn huis moest hij maken van goedkope materialen die in de buurt te vinden waren. Dat was hout en vaak ook leem.
Vette kleigrond (het Noorden van het land en Zeeland) is heel vruchtbaar. De boeren die daar woonden waren vaak rijk. Zij bouwden hun huizen van echte bakstenen. De boer was dus “steenrijk”. Een rijke boer kon zelfs dakpannen betalen, in plaats van een dak van stro. Daar komt de uitdrukking onder de ,,pannen vandaan…Nu is het net andersom…een rieten
dak is nu veel duurzamer dan een dakpannen dak!!!!

Of je nu rijk of arm was, het boerenleven betekende hard werken. S`Morgens vroeg op om de dieren te verzorgen, de rest van de dag werk en s`avonds op tijd naar bed. Als je zo hard werkte moest je natuurlijk goed eten. Maar een arme boer had niet zoveel te eten en daarom was voor hem het leven extra zwaar.
Op de boerderij werkte iedereen mee. De boer, de boerin, knechten, meiden en kinderen. Hoe groter de boerderij, hoe meer knechten en meiden. Die woonden vaak ook op de boerderij, iedereen had zijn taak. De mannen deden het “grote werk”, zoals de akkers bewerken en de koeien naar het veld brengen en weer ophalen. De vrouwen zorgden voor het schoonmaken, koken en het klussen rondom het huis.

**De boerin maakte vaak zelf de boter met de karnton. De kinderen werkten ook mee en deden allerlei klussen.
Tussen de middag kwam iedereen die in de buurt van de boerderij werkte in de keuken warm eten. Er was geen gedoe met borden en bestek, je at gewoon met z`n allen uit een grote pan.
Op Zondag werd er kalm aan gedaan. Het geloof was heel belangrijk en in de bijbel staat dat Zondag een rustdag is. Een beetje naaien en sokken stoppen mocht wel en de dieren moesten natuurlijk ook eten. Het gehele dorp ging op Zondag naar de kerk. Soms waren er ook wel eens feesten, zoals de kermis of oogstfeesten. Dan trok iedereen mooie kleren aan en ging feest vieren.

 

 

  bron: St. heemcentrum                                      **Boter maken:
Boter word gemaakt van melk. Om boter te maken werd de melk gekarnt in een karnton. De melk word daarin net zolang geroerd tot er een laag room op komt. De room wordt boter wanneer het opstijft. De melk die overblijft is karnemelk. Hoe groter de karnton hoe zwaarder het karwei. Sommige boeren lieten de karnton aandrijven door een hond (hondenkarn), sommige door een paard (rosmolen).
Zo’n honderd jaar geleden had bijna elk boerengezin een klein boterfabriekje” aan huis! Een groot rad waarin een hond kon lopen was met een stang verbonden aan de ton waarin de melk zat. Door het alsmaar lopend blijven van de hond draaide het rad rond en werd de arm” in de ton op en neer bewogen en de melk geklutst. Zo werd uit de melk boter gemaakt. Wat overbleef was de karnemelk. O wee, als de hond uitviel, dan moesten de kinderen het rad draaien. Later gebeurde het volledig met menskracht.
Toen kwam namelijk de karnton of boterstand in gebruik. ^^(zie foto)

*****************************

 

 

                                        Het onderwijs van toen……….

De onderwijzer

Een dorpsonderwijzer (onderwijzeressen waren er weinig) was vaak een zoon van een kleine boer, een ambachtsman of kwam uit een onderwijzersfamilie. Onderwijzers verdienden heel weinig, zo weinig dat ze een bijbaantje moesten nemen als koster of voorzanger in de kerk. Kinderen betaalden soms met een stuk vlees of turven, in plaats van geld. Ook mocht de meester vaak bij de boeren eten, zo zorgde eigenlijk het hele dorp een beetje voor hem!!

Ondanks de schoolmeester weinig verdiende hoorde hij bij de belangrijke mensen in het dorp, net als de dokter en de burgemeester. De regering besloot wat later dat alle schoolmeesters geen bijbaantjes meer moesten hebben, en bedachten voor alle schoolmeesters een salaris, zodat ze zich alleen met lesgeven bezig konden houden!

Wat is er te zien in een vroeger schooltje?

 

Vuurplaats: In het midden van het lokaal is een grote plaats voor vuur. De kinderen namen zelf dennenappels, hout en turf mee naar school om het vuur te laten branden. Rondom het vuur stonden tafels, en houten banken waar de kinderen op zaten.

De school begon al om zeven uur ’s morgens. En om zes uur ’s middags gingen de kinderen pas naar huis. Of soms nog later. Dan deed de meester of juf een kaarsje aan, want lampen en elektriciteit waren er nog niet. In het lokaal was ook een wc. Eentje maar, voor alle kinderen in de klas. Er zat wel een deurtje voor, maar het zal toch flink gestonken hebben! De kinderen schreven niet met balpennen in schriften. Ze schreven met een griffel op een lei.


Lei en griffel:
           

Kinderen schreven met een griffel op een lei. Een lei was gemaakt van  een bepaald soort steen. Er zat een lijst omheen. De griffel was een soort krijtje. Ieder kind had een eigen lei, griffel en sponzendoos. In die doos zat een vochtig sponsje. Daarmee kon je fouten wegvegen of je lei schoon vegen als hij vol was. Later kwamen er ook wel schriften en kroontjespennen. 


                                 verleden tijd

De schooltas:

De kinderen bewaarden hun schoolspullen in een houten kistje.

Het kistje werd gemaakt door hun vaders, aan elk kistje kon je zien, hoe rijk of arm de mensen thuis waren.

Het ene kistje was bewerkelijker dan de andere.
Een arm kind had dan ook een eenvoudig kistje! 

 

 

 

 

De schoolmeester:
De schoolmeester zat achter aan een hoge lessenaar vooraan in de klas en gaf de kinderen les.


De straffen op school:

Pechvogel: Als een kind ondeugend was, gooide de meester de “pechvogel” naar hem/haar toe.

Deze vogel was van stof gemaakt. Het kind moest de vogel terugbrengen naar de meester en kreeg dan straf.

 

 

Ezelsbord:

Een “dom” kind moest dit bord om zijn/haar nek hangen.

Straf kreeg je als je aan het praten was, of als je een fout antwoord gaf. Ook als je kikkers mee naar school nam…en voor nog zoveel dingen kreeg je straf…

Een weetje van Mieke, (een onderwijzeres.) Als de kinderen vroeger tijdens de les te veel praatte kregen ze een grote rode tong op hun kin geplakt of werd die met een touwtje rond de hals gehangen!
Ik heb alvast een hele boel rode tongen uit papier gemaakt voor volgende week ;-)Groetjes, Mieke

Met zoveel kinderen in de klas (soms wel 60 tot 90 kinderen) moesten de meesters en juffen wel streng zijn en slaan, vonden de mensen toen. Dat was heel normaal!!!

 

Wie gingen er naar school?

Kinderen van rijke ouders gingen naar sjieke scholen en wisten ook zeker dat ze een goede baan zouden vinden. De kinderen uit de arme gezinnen gingen soms helemaal niet naar school. Ze moesten van jongs af aan werken. Veel volwassenen konden dus niet lezen of schrijven.
In 1811 kon 25% van de mannen en 40% van de vrouwen hun naam niet schrijven. De meeste kinderen gingen in hun leven wel een paar jaar naar school, ook al bleven ze vaak weg van school. Dit mocht, want in de 19e eeuw was het naar school gaan niet wettelijk verplicht!

Een oude klassenfoto, netjes met de armen over elkaar zitten.

Veel kinderen kwamen alleen s`winters naar school, want s`zomers moest er op het land gewerkt worden. Meisjes gingen nog minder naar school dan de jongens. Zij gingen later toch trouwen en kregen dan kinderen!!

De ouders mochten zelf beslissen of hun kind wel of niet naar school ging. De regering probeerde wel om zoveel mogelijk kinderen naar school te krijgen. Zo bestond er in het Noorden van het land een “bedeling” voor de armen, het inhouden van geld. In 1858 ging bijna 75% van alle kinderen in Nederland naar school. In 1901 werd de leerplichtwet ingesteld. Vanaf toen moesten alle kinderen zes jaar lang les krijgen op de lagere school.

 

 

Wat leerde je op school?

Vroeger leerden de kinderen op school niet zoveel als de kinderen nu. De bijbel was het belangrijkste schoolboek. Verder moesten de kinderen veel uit hun hoofd leren. Veel van die dingen begrepen ze helemaal niet. En kinderen van vier leerden hetzelfde als kinderen van acht. In de loop van de tijd leerden de kinderen wel steeds meer. Er kwamen steeds meer vakken bij. Zoals rekenen en schrijven, maar ook zingen, sterrenkunde, aardrijkskunde en geschiedenis. Er kwamen echte schoolboeken met plaatjes en het onderwijs werd daardoor steeds beter en ook leuker. In 1930 kregen de kinderen ook verkeersles. Dat was wel nodig, omdat er toen auto’s kwamen en het drukker werd op straat.

De eerste echte rekenmethode kwam in 1875. Toen er ook nog vakken als Nederlandse taal (woordsoorten en zinsontleding), zingen en geschiedenis kwamen, moesten de kinderen voortaan eerder leren lezen, anders konden ze die nieuwe vakken niet leren.Vroeger konden heel veel mensen niet lezen en schrijven. Bij het leren lezen werden alle letters gespeld als hoofdletters. Hierdoor was het moeilijk om van de losse letters woorden te maken.
Bijvoorbeeld:
Het woord bal: dit werd gespeld als bee-aa-el.
Pas later gingen de kinderen b-a-l spellen.
Met het leesplankje (aap noot mies) leerden de kinderen van de losse letters woorden maken.

Nostalgie plaatjes

Al met al..ouders die heel arm waren, konden geen schoolgeldbetalen. Hun kinderen gingen naar de armenschool. Niet allekinderen gingen vroeger naar school. Het kostte te veel geld. Dejongens moesten geld verdienen en de meisjes konden beter thuisblijven en het huishouden doen.

 

 

Gedichtje school van vroeger:

Inkt dat vlekte.
Kroontjespen die lekte.
Op je nieuwe schrift
Inktpotje, aangekoekt
Ging niet meer dicht.
Roze vloeipapier
Stuk geplukt tot propjes
Als de meester eventjes de klas uit was.
Werden ze gesmeten door de klas.

IJzeren hek met gaten, half rond .
Waar achter de Kolenkachel stond.
Groen linoleum met witte lijnen, kringen..
Gymlokaal met kinderen aan de ringen.
Kast met staven turfmolm.
Kapstokjes met kinderjasjes.
Op de gangen mocht je niet gaan rennen.
In de klas niet praten onder de les.

Armpjes stijf over elkaar.
Vinger op steken voor het toilet.
Als de bel ging
Heel goed opgelet.
Netjes in de rij
Pas als de meester het ons zei,
Mochten wij naar buiten.

Dat waren anderen tijden.
Andere zeden.
Was dat beter dan het heden ?

                                            

 

Tot slot en oude, leuke en komische foto(:

 

22 reacties op Verleden tijd

  1. Daniel. zegt:

    Wat een prachtige verhalen en foto,s, ik geniet met volle teugen. Ga hem bij mijn favorieten zetten Anna, er is nog zoveel te zien en te lezen. Vr gr daniel.

  2. Mevrouw T. Smulders zegt:

    Leuke verhaaltjes.Wat de menstruatie betreft weet ik van min oma, dat ze de maandelijkse
    “doeken ” gewoon tussen de benen klemden.Ik kom uit Nederlands-Indiè. Er was een vrouw ,die haast had en plotseling rende waardoor haar doekje afzakte. Door de lange sarong kon ze
    haar doekje weer op zijn plaats zetten zonder dat iemand er iets van zag.

  3. José Hooijen zegt:

    Hoi Anna

    Ik ben weer eens lekker aan het rondkijken op je site, blijft elke keer weer leuk. Ik zat nu te lezen over de was doen en hoe moeilijk vrouwen het daar vroeger mee hadden. Dat is zeker waar, wij klagen soms weleens dat we het zo druk hebben maar dat is niks vergeleken met vroeger.

    Ik kan me nog herinneren dat mijn moeder haar eerste “wasmachine” kreeg, inderdaad een houten tobbe met een wringer er bovenop. Deze stond onder het balkon van de ouderlijke slaapkamer zodat wanneer het regende mijn moeder toch droog stond. Daar hing trouwens ook een waslijn dus dat kwam mooi uit kon de was door de wringer en zo gelijk aan de lijn. Als kind mocht ik “helpen” mijn moeder stopte dan een zakdoek in de wringer en ik mocht dan draaien, helemaal geweldig vond ik dat haha, zou er nu wel anders over denken. Ik zie haar nog zo voor me stevig wrijvend met een stuk zeep en dan over het wasbord pffff wat een werk. Voor haar was deze machine echter al luxe. Ik ben bijna 63 jaar en de jongste van 10 kinderen dus ze had elke week erg veel te wassen en dat buiten al het andere werk wat elke dag op haar lag te wachten. Inderdaad voor een warme maaltijd alleen al de aardappels schillen en groenten schoonmaken, ik moet er niet aan denken. Gelukkig heeft ze ook nog de makkelijke tijd mee mogen maken waarin ze gebruik kon maken van al de luxe apparaten die we in de jaren daarna allemaal gekregen hebben. Ze is een paar jaar geleden gestorven op een mooie leeftijd van 96 jaar. Mijn moeder gebruikte om de was wit te krijgen poppetje blauw. Ik denk dat veel mensen dat ook nog wel zullen kennen.

    Tot volgende keer

    Groetjes,

    José

    • Hallo Josè,

      Wat een mooie herinnering aan je moeder!! Toen moesten de mensen pas hard werken!! En ooit klagen wij nog……!!!!
      Ja poppetje blauw ken ik natuurlijk, ik heb er nog een paar. En stel je voor dat je voor 10 kinderen de was op de hand moest wassen…
      Niet voor te stellen!!
      Bedankt voor je leuke verhaal. Helemaal genieten om dit te lezen.
      Groetjes Anna

  4. annie den haan zegt:

    geweldig zo,n site,,leuk om te lezen

  5. Grietje Akkerman zegt:

    Dag beste mensen. Ik ken ook die onderbroeken met een open kruis. Bij ons waren ze van gestreepte stof gemaakt. Ik vraag me af hoe de vrouwen dit deden wanneer ze hun maandelijkse periode hadden. Ik heb dit al aan verschillende mensen gevraagd maar niemand weet het eigenlijk.

    Groeten van Grietje.

    • Hallo Grietje,

      Dat is een goede vraag!!!! Zelf zou ik het ook niet weten…..maar wel graag willen weten…
      Misschien dat hier iemand op kan reageren en de vraag weet te beantwoorden. Ik zal je vraag ook even bij de onderbroeken zetten….hihi.
      Bedankt voor de leuke vraag, en misschien tot een volgend keertje.
      Groetjes Anna.

    • Sieta Bulthuis zegt:

      Volgens mijn oma had men vroeger zand op de vloer in huis. Daar vielen de druppen dan op en men veegde ze met de voet weg in het zand.

      groeten Sieta

    • Hallo Sieta,
      Ja hoor dat kan kloppen…het zand diende ook vaak de `goede kamer`.
      Daar strooide ze zand op de vloer en maakte er figuurtjes in.
      Bedankt en leuk dat je er was, groetjes Anna

  6. learn more zegt:

    � Thanks for informative post. I am pleased sure this post has helped me save many hours of browsing other similar posts just to find what I was looking for. Just I want to say: Thank you!

  7. marieke zegt:

    Hoi Anna,
    Mooie verhalen hoor, ik heb hier een geschiedenis toets over, ben hier dus op de goede site, eigenlijk best wel intressant, enne, waren er toen ook al juffen, ik dacht dat vrouwen toen alleen in de fabriek of als dienst meisje konden werken?
    Grtz, Marieke

    • Hoi Marieke,

      Bedankt voor het compliment!
      Er waren toen inderdaad erg weinig juffen. Meisjes gingen nog minder naar school dan de jongens, en werden vaak in de huishouding gezet. Zij gingen later toch trouwen en kregen dan kinderen!!
      Maar de rijkere families waarbij de kinderen mochten studeren en een beroep mochten uitoefenen, daar werd wel eens gekozen om juf te worden.
      Een juf en meester hoorden bij de belangrijke mensen in het dorp, net als de dokter en de burgemeester.
      Veel succes met je toets en leuk dat je er was.

      Groetjes Anna.

  8. ikke zegt:

    bij ons zeiden ze tegen zulke onderbroek (sorrie voor het rare woord) een snelzijker.
    iets anders nu;
    toen einde 1956 mijn broertje geboren werd, ging ik enkele dagen later met mijn tante-zaliger naar een winkel waar babykleding verkocht werd. zij vroeg toen een kleedje voor een pas geboornene. de mevrouw van die winkel vroeg; is het voor een meisje of voor een jongetje.
    tja, vroeger dan droegen alle kinderen tot ze ‘droog waren’ een jurkje. dat kwam doordat er geen wegwerpluiers waren en er enkel katoenen luiers waren. en niet elke ouder kon een rubberen broekje betalen voor hun kinderen. maar de doeken waren vrij dik, dus die konden wel wat pipi vasthouden tot ze gingen lekken.
    toen waren kinderen ook eerder droog; meestal rond hun 2,5 jaar en daar de kinderen ten vroegste naar school mochten gaan als ze al 3,5 jaar waren, hadden de kleuterleidsters enkel werk met de kinderen bezig te houden.

    • Hallo Ikke,

      Een snelzijker, ha,ha, ik vind het wel een komisch woordje, het woord zegt het al…:)
      Een erg leuke herrinnering die je met ons wilt delen, ik kan zo genieten van de oude “verhalen”.

      Bedankt dat je erg was, en ik heb genoten!

      Groetjes Anna.

  9. Leni Blom zegt:

    Hallo Anna,

    Nog een andere uitdrukking voor de onderbroek zonder kruis.Bij ons kwam er altijd een heer
    op bezoek.Als hij naar huis ging zei hij tegen mijn ouders:”Ik ga maar naar huis achter de
    schuine gordijntjes.
    Dan werd er steevast gegniffeld en prompt daarop vroeg ik waarom
    lachen jullie zo?O,niks werd er dan lachend gezegd.

    Nu snap ik het en dit geeft nog een andere kijk op deze onderbroek.

    Trouwens ik heb er nog een paar te koop.

    Groetjes,Leni.

    • anna zegt:

      Hoi Leni,

      Wat kun je het toch mooi brengen!!! Ik kan er zo van genieten van wat je schrijft, over de onderbroeken en de poppen.
      Van de uitdrukking achter de schuine gordijntjes heb ik nog nooit van gehoord, maar wel lekker komisch.
      Wat zijn het voor onderbroeken? Zou je mij wat foto`s naar me op willen sturen?
      Ik ben erg benieuwd, bedankt dat je er was en heb genoten van je leuke verhalen.

      Groetjes Anna.

  10. tiny zegt:

    Ha Anna,

    Ik heb nog een berichtje. Ik las iets over de “bedeling”. Vaak moet ik dan aan onze oude buurman van 85 denken. Twee oude mensjes die naast ons wonen op een buitenweg en nog zeer kwiek zijn. En zeker de buurman met zijn praatjes. Ha haaaaa..Gelukkig is er wel verandering in gekomen. Want………die ouwe is echt mild geworden dank zij zijn vrouwtje. Wij woonden hier nog niet zo heel lang ( nu 30 jaar ) en zette af en toe weleens iets op het muurtje zoals een gehaktbal, beetje macaroni, kroppie sla etc. O ja, soms eigen gebakken cake, koek, potje jam, noem maar op. Hij woonde toen nog alleen. Was 2x gescheiden van zijn vrouw en inmiddels voor de 3e keer weer hertrouwd met haar. Ja, ik heb het niet verzonnen hoor. Maar als ik dan iets op het muurtje zette ( zij zijn erg op zichzelf ) hoorde ik vaak vanaf de andere kant: “Buurvrouw, ik leef niet van de bedeling hoor”. Daar snapte ik destijds ff niets van. Ik: “Buurman, wat bedoeld u eigenlijk”? Hij: “Nou gewoon; ik kan het zelf best betalen ondanks dat ik geen werk meer heb. Ik kan rondkomen en daar heb ik u niet voor nodig”. Zo, die zat !! En goed ook. Ben toen een poosje in mijn schulp gekropen. “Wat een klier”, dacht ik. Nadat hij weer opnieuw met zijn ex trouwde ( zij waren toen al 50+ ) probeerde ik een nieuwe poging. Want ik kende haar via via. En verhip, het werkte. Op een gegeven moment hoorde ik de buur aan de andere kant en vroeg: “Buurman, leeft u eindelijk van de bedeling? Er is een eter bij gekomen hè”? Rotmeid die ik was ! Het was stil achter het muurtje. “Tante”C, zijn vrouw vond dat ik het zo moest doen omdat ze wist dat ik het leuk vond en hun en mezelf een erg groot plezier ermee deed. Tot op de dag van vandaag laat ik 1x de foon rinkelen en zet iets op het muurtje. Zo snel als handjes kunnen graaien is het weg. Net een ekster. Maar lieve Anna, ik ga je vertellen dat ik de liefste buren heb die op deze aardbodem te vinden zijn. Deze mensen zijn goud waard. En ik hoop van ganser harte dat, mochten zij gaan verhuizen, wij ook gaan. Laatst vertelde ik “tante” C door de telefoon dat we heel misschien gaan verhuizen. Wat denk je? Het mensje moest huilen. Ach, alleen voor haar zou ik blijven. Snik……..

    Heel verhaal geworden. Maar moest het ff kwijt.

    Liefs, Tiny

    • anna zegt:

      Hoi Tiny,
      Wat een mooi verhaal, maar ook meteen een beetje zielig, ja!
      Maar ook weer erg uniek hoe je elkaar daardoor zo goed leert kennen.
      Ik heb er van genoten om je verhaal te lezen, maar dat doe ik veel vaker, je kan het zo mooi omschrijven.

      Bedankt!!!
      Liefs Anna.

  11. tiny zegt:

    Hoi Anna,

    Prachtig hè, die oude klassefoto. Ik had bijna gevraagd of jij er ook op staat.;) Ha haaaaaaa… Ik heb eens naar al die koppies gekeken. Maar ik vraag me af: “Vinden ze het eng om op de foto te gaan of is het een rotschool”? Ze stralen niet ! Wat een boze gezichtjes; prachtig vind ik zo iets. Dit kun je niet “maken”.

    Liefs, Tiny

    • anna zegt:

      Hoi Tiny,

      Ja prachtig die oude foto`s!! Maar de manier waarop ze toen een foto maakten….armpjes over elkaar heen, serieus kijken…
      nee ik sta er niet op ik heb die tijd niet meegemaakt, want ik zou me kapot lachen denk ik…ik kreeg spontaan de slappe lach..

      Liefs Anna.

U mag hier een berichtje achterlaten! Het emailadres word niet getoond! Bedankt namens Binnekieke!!

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s